Commissie Dwaalgasten Nederlandse Avifauna

Maskergors 0 · 2 · 8

Emberiza spodocephala  ·  Black-faced Bunting

CDNA beoordeelsoort: ja

Broedt in Siberië, Rusland, noordelijk tot 65°N en westelijk tot West-Mongolië; overwintert in oostelijk China, Korea, Taiwan en westelijk tot in Nepal

De eerste vier gevallen werden gevangen en geringd en betroffen de westelijke nominaat E s spodocephala . De eerste werd vijf weken in een volière gehouden voordat hij op 23 december 1986 werd gefotografeerd en losgelaten. Het betrof na twee vangsten op Fair Isle, Shetland, Schotland, in 1976 en 1981 pas de derde voor het westen van Europa; een wilde herkomst stond daarom aanvankelijk nog ter discussie. In de volgende drie decennia nam het aantal ringvangsten toe. Vermoedelijk door het verborgen gedrag en de problemen bij de determinatie door de gelijkenis met Rietgors E schoeniclus is het een van de soorten die voornamelijk op ringstations worden ontdekt. Het vierde geval was een van de eerste voorjaarsgevallen in Europa maar ook daarvan zouden er later meerdere volgen. In het najaar en de vroege winter van 2025 vond in West-Europa een ongekende influx van de soort plaats; er werden in totaal 21 exemplaren ontdekt. In Nederland werden zes vogels ontdekt, vier vangsten en twee veldwaarnemingen. Het totale aantal gevallen steeg hiermee binnen enkele weken van vier naar 10. De laatst ontdekte vogel was tevens de enige die in West-Europa overwinterde; hij verbleef op Texel, Noord-Holland, van 13 december 2025 tot 12 april 2026 en trok 100en bezoekers. Het bepalen van geslacht en/of leeftijd kan soms lastig zijn; daarom kon een aantal vogels uit najaar 2025 niet met zekerheid op leeftijd en/of geslacht worden gebracht.

Maskergors Peter Spannenburg, Schagen (NH), 7 mei 2011
één geval
aantal gevallen geclusterd, zoom in voor individuele gevallen
vervolglocatie van een geval
geval binnen deze gemeente, hetzij geval niet nauwkeuriger bekend, of kwetsbare plaats
Feedback?