Kleinste Jager 24 · 89, 109 · 0
Stercorarius longicaudus · Long-tailed Jaeger
CDNA beoordeelsoort: t/m 1992
Broedt rondom de Noordpool in Arctische en Subarctische gebieden, zuidelijk tot Zuid-Noorwegen; overwintert in tropische oceanen
Uit 1800-1948 zijn 30 specimens bekend waarvan zes uit 1800-99. Er zijn 49 meldingen (waaronder 16 balgen) uit 1949-68, alle tussen 1 augustus en 10 november. Het is opmerkelijk dat zich ten minste vijfmaal zoveel in Nederland gevonden Kleinste Jagers als Kleine Jagers S parasiticus in collecties bevinden. In 1976-92 aanvaardde de CDNA jaarlijks gemiddeld bijna acht exemplaren. In sommige jaren waren dat er meer dan 10, in andere slechts één of twee. Bijna alle Nederlandse gevallen dateerden van augustus-oktober. Dit patroon wordt bevestigd door 23 museumexemplaren uit 1949-75 waarvan 92% in augustus-oktober waren verzameld. Slechts 3% van de gevallen dateerden uit het voorjaar (mei-juni), ondanks het feit dat de soort dan gemakkelijk is te determineren (alleen adulte trekken terug naar broedgebieden). Sinds 1 januari 1993 wordt de soort niet langer door de CDNA behandeld. Inmiddels wordt de soort regelmatig gezien vanaf populaire zeetrektelposten, op goede dagen met vele 10-tallen exemplaren.
waarneming.nl
waarneming.nl
waarneming.nl
waarneming.nl
Korte bijdragen: Foerageergedrag van een Kleinste Jager Stercorarius longicaudus.
DB 16:202-204 mededelingen - Kanttekeningen bij herkenning van juveniele Kleinste Jager
waarneming.nl
DB 22:271-277 artikelen - Juvenile dark-morph Long-tailed Jaeger collected in the Netherlands
