Commissie Dwaalgasten Nederlandse Avifauna

Richtlijnen voor behandeling van (mogelijke) ship-assisted passage

7 februari 2026  ·  Enno B. Ebels

Van veel vogelsoorten (vooral landvogels) is bekend dat ze tijdens trek over open zee bij storm, desoriëntatie en/of vermoeidheid op een schip landen en een kleiner of groter deel van hun reis per schip vervolgen (ship-assisted passage). Ook bepaalde zeevogels, zoals Bruine Gent Sula leucogaster, komen regelmatig aan boord van schepen. In het geval van een tijdelijk rustpunt wordt een schip door de commissie net zo beschouwd als een boei, stuk wrakhout of een booreiland en wordt dit gezien als onderdeel van de natuurlijke verplaatsings- en rustmogelijkheden van trekvogels en dwaalgasten, vergelijkbaar met talloze door mensen gemaakte bouwwerken, constructies, landschappen en voorzieningen. Een overtocht over grotere afstand wordt echter beschouwd als een niet-natuurlijke verplaatsing en als een reden om een geval in Nederland op de E-lijst (niet-wilde herkomst) te plaatsen.
De commissie hanteert de volgende voorwaarden bij gevallen waarin ship-assisted passage een rol kan spelen om gevallen te aanvaarden (waarbij aan alle drie de regels moet worden voldaan):

  1. er zijn geen concrete aanwijzingen dat (vrijwel) de hele reis vanuit het natuurlijke herkomstgebied mogelijk is gemaakt door verblijf op een schip;
  2. er zijn geen concrete aanwijzingen dat overleving op het schip is geholpen door gericht menselijk handelen (bijvoorbeeld voeren of (tijdelijk) in de vrijheid beperken); hierbij kunnen foto’s, informatie van bemanningsleden en/of de maaginhoud een rol spelen;
  3. het wordt waarschijnlijk geacht dat de soort de reis naar Nederland op eigen kracht kan volbrengen (voldoende ‘vagrancy potential’).

Bij soorten zonder ‘vagrancy potential’ die redelijkerwijs niet op eigen kracht Nederland kunnen bereiken duiden gevallen soms op een aankomst per schip, zoals bij de Kaapverdische Mussen in Hansweert, Zeeland, in mei 2013 (bewezen ship-assisted vanaf de Kaapverdische Eilanden; Dutch Birding 36: 167-171, 2014) of Huiskraaien Corvus splendens in Nederland (vermoedelijk ship-assisted; Dutch Birding 18: 6-10, 1996, 20: 291-294, 1998). Voor veel andere soorten geldt de regel ‘innocent until proven guilty’, mits aan bovenstaande drie regels wordt voldaan. Dit geldt ook wanneer de locatie vanwege de nabijheid van drukke vaarwegen (bijvoorbeeld de Eemshaven, Groningen, of Maasvlakte, Zuid-Holland) een verhoogde kans biedt op dwaalgasten die bij land in zicht van boord zijn gevlogen. Alleen als er bewijs is dat de bewuste vogel geruime tijd aan boord heeft gezeten of vanuit buitenlandse wateren Nederland binnen is gevaren, dan is een geval niet aanvaardbaar. Dergelijke havenlocaties trekken door hun vooruitgeschoven ligging, beschutting en nachtelijke verlichting ook om andere redenen relatief veel zeldzaamheden aan. Voor soorten die eerst een groot deel van de tocht over land moeten hebben gevlogen (zoals landvogels uit Oost-Azië of Noord-Afrika) voordat open zee wordt bereikt, is de kans sowieso klein(er) dat de reis overwegend per schip is afgelegd. De consequentie van de regels die de commissie hanteert, is dat zelfs vogels aan boord van een schip in een haven kunnen worden aanvaard omdat de vogel ter plekke aan boord kan zijn gekomen, op voorwaarde dat er geen bewijs is dat hij over grote afstand is meegevaren (zoals de Bruine Gent bij de Maasvlakte in oktober 2020; Dutch Birding 44: 102-112, 2022). De commissie is zich bewust van het feit dat er met deze ‘soepele’ benadering naar alle waarschijnlijkheid gevallen en soorten op de Nederlandse A-lijst staan waarbij de kans aanzienlijk is dat ze dit niet (volledig) op eigen kracht hebben gedaan. Dit geldt met name voor soorten of soortgroepen waarvan het meeliften op schepen relatief vaak is gedocumenteerd, zoals Sneeuwuil Bubo scandiacus en Nearctische gorzen. De commissie benadrukt dat bovenstaande richtlijnen niet vooraf antwoord kunnen geven op alle mogelijke situaties. Het blijft daarmee een taak van de commissie om per geval aan de hand van de richtlijnen en op basis van alle beschikbare informatie een afgewogen (maatwerk)besluit te nemen.

Feedback?