Commissie Dwaalgasten Nederlandse Avifauna

Besluiten CDNA-wintervergadering januari 2026

2 februari 2026  ·  Koen Stork & Enno B Ebels

Op 10 januari 2026 hield de CDNA haar halfjaarlijkse vergadering. Vanwege de winterse weersomstandigheden werd de vergadering verplaatst van een fysieke setting naar online. Hoewel dat goed beviel wil de commissie bij voorkeur in een fysieke setting vergaderen. De belangrijkste besluiten en besproken punten worden hieronder toegelicht.

Afvoeren en toevoegen van beoordeeltaxa
Enkele beoordeeltaxa zijn nader bekeken omdat ze het criterium van een gemiddelde van twee gevallen per jaar over een periode van 30 jaar benaderen of bereikt hebben. Van deze taxa bleken alleen Poelsnip Gallinago media en Iberische Tjiftjaf Phylloscopus ibericus boven het gemiddelde uit te komen. Voor Iberische Tjiftjaf (score 2.4) geldt dat dit een voortdurende trend is; de laatste jaren zonder geval waren 2008 en 2003. Daarom is besloten om de soort met ingang van 2026 af te voeren als beoordeelsoort. In voorgaande jaren besloot de commissie om nog even te blijven beoordelen, gezien de lastige determinatie. Een kort stuk over onder meer de gebruikte beoordeelcriteria zal op deze website volgen, waarvan gebruik kan worden gemaakt door bijvoorbeeld de admins van www.waarneming.nl of voor lokale registraties. Voor Poelsnip (score 2.07) geldt dat dit een meer recente ontwikkeling is, opgestuwd door het piekjaar 2025 (11 gevallen). Daarom is besloten om de soort voorlopig te blijven beoordelen. De commissie erkent dat de soort vrijwel zeker algemener is dan het aantal aanvaardingen doet vermoeden, door de verborgen leefwijze, lastige determinatie en het feit dat veel waarnemingen kort zijn, waarbij niet alle kenmerken waargenomen of gedocumenteerd kunnen worden. Dit soort waarnemingen kunnen daarom niet altijd aanvaard worden. Ook Kleine Topper Aythya affinis, Klein Waterhoen Zapornia parva, Kleine Geelpootruiter Tringa flavipes en Kortteenleeuwerik Calandrella brachydactyla blijven voorlopig nog beoordeelsoorten. Taxa die zijn bekeken voor opvoering als beoordeeltaxon zijn Grote Kruisbek Loxia pytyopsittacus en Zwartbuikwaterspreeuw Cinclus cinclus cinclus. Voor Grote Kruisbek geldt dat, ook als invasies buiten beschouwing worden gelaten, het gemiddelde nog niet duidelijk onder de twee komt. Voor Zwartbuikwaterspreeuw lijkt dat in recente jaren wel zo, maar over de afgelopen 10 jaar ligt de score er nog duidelijk boven. Daarom is besloten om nog even af te wachten, hoewel bij de huidige trend opvoering in de toekomst is te verwachten.

Soortdossiers
Naar aanleiding van de taxonomische ‘split’ van roodstuitzwaluwen per 1 januari 2025, zijn alle dossiers van aanvaarde Roodstuitzwaluw Cecropis rufula opnieuw bekeken en is de documentatie gecheckt op kenmerken van Amoerroodstuitzwaluw C daurica (met name op ontbreken van nekband, eenkleurige stuit en duidelijke streping op onderdelen). Daarnaast zijn alle foto’s op www.waarneming.nl bekeken nadat de soort in 2004 werd afgevoerd als beoordeelsoort. Op de vogel van mei 2013 bij het Kennemermeer, Noord-Holland, na, zijn hierbij geen ‘verdachte’ vogels gevonden en deze conclusies zijn door de commissie overgenomen. De vogel van het Kennemermeer is in 2019 zorgvuldig beoordeeld en niet aanvaard omdat de foto’s net niet genoeg details lieten zien. Herroulatie is daarom als (nu) niet opportuun beoordeeld. De vogel van 9 mei 2025 op Texel, Noord-Holland, is inmiddels aanvaard als eerste Amoerroodstuitzwaluw voor Nederland. Besloten is om alle gevallen van Aziatische Roodborsttapuit Saxicola maurus en van Aziatische/Stejnegers Roodborsttapuit S maurus/stejnegeri na te lopen aan de hand van het artikel en de criteria van Magnus Hellström en Mats Wærn (Br Birds 104: 236-254, 2011). Veel oudere gevallen staan als Aziatische in de boeken maar het is de vraag of Stejnegers Roodborsttapuit S stejnegeri altijd goed is uit te sluiten. Aanvaarde Stejnegers en Kaspische Roodborsttapuiten S m variegatus hoeven niet meegenomen te worden omdat die niet ter discussie staan. Verder is een update gegeven van het project om alle gevallen van Ross’ Gans Anser rossii te analyseren en te ordenen en zo tot een onderverdeling van bewezen wild (de geringde vogel van 2025), vermoedelijk wild (aanvaardbaar), vermoedelijk niet-wild (niet aanvaardbaar) en bewezen niet-wild (‘fout’ geringd) te komen. De commissie heeft na enige discussie besloten om de combinatie Zwartkopgors/Bruinkopgors Emberiza melanocephala/bruniceps toe te voegen als ‘beoordeelduo’. In het verleden werden beoordeelduo’s of combinaties van meer soorten vooral toegepast bij soorten die gesplitst waren (zoals baardgrasmussen of roodborsttapuiten) of soorten waarbij hybridisatie veelvuldig voorkomt (zoals Clanga-arenden). De commissie ziet aanleiding om deze benadering iets te verruimen voor sterk (in sommige kleden) op elkaar lijkende zeldzame soorten, maar wil tegelijkertijd terughoudend zijn om wildgroei te voorkomen; hiervoor wordt een beleidslijn opgesteld. De beoordeelcriteria voor ‘oostelijke gele kwikstaart’ Motacilla tschutschensis/macronyx/taivana worden uitgeschreven en opgenomen in het Handboek CDNA, om duidelijk te maken welke combinaties van (documentatie van) morfologie, geluiden en DNA-analyse voor eventuele aanvaarding van belang zijn.

Dutch Avifauna
Er is gesproken over de beheertaken voor Dutch Avifauna. In 2025 is veel werk verricht om alle soortteksten te actualiseren zodat de website weer bij is. Afgesproken is om Gerard Steinhaus aan te stellen als medewerker van de commissie voor beheer en aanvullingen van de teksten op Dutch Avifauna, zodat we beter kunnen zorgen dat de teksten actueel en compleet zijn. Gerard heeft inmiddels zijn medewerking toegezegd. De eerste en tweede fase van de analyse welke (onder)soorten mogelijk in categorie D worden geplaatst zijn afgerond in 2025, met in deze selectie geen statuswijzigingen tot gevolg. Er resteren nu nog c 10 soorten waarover de meeste discussie gaat (www.dutchavifauna.nl/news/2060/eerste_serie_besluiten_over_categorie_d). De commissie hoopt de besluiten over deze laatste groep voor het einde van het eerste kwartaal te kunnen afronden. Er is overleg met Sovon gestart over het toevoegen of overnemen van soortteksten voor alle schaarse en algemene soorten, zodat Dutch Avifauna een steeds completer platform wordt voor informatie over vogelsoorten in Nederland. Aan Sovon zal ook advies gevraagd worden welke soorten in Nederland voldoen aan de criteria voor plaatsing in categorie C (soorten met een niet-wilde oorsprong en een ‘self-sustaining’ populatie). Verder is de commissie begonnen met een project om de status van ‘obscure’ ondersoorten op de Nederlandse lijst te preciseren; sommige ondersoorten staan nu als beoordeelondersoort te boek en andere niet, maar vaak is onduidelijk waarop dit is gebaseerd en of de categorisering consequent is. Voorbeelden zijn Noordelijke Zeekoet Uria aalge hyperborea, Britse Roodborst Erithacus rubecula melophila en Britse Frater Carduelis flavirostris pipilans. Over de omgang met gevallen waarin ‘ship-assistance’ een rol kan spelen, neemt de commissie binnenkort een korte tekst op in het Handboek CDNA en een meer uitgebreide toelichting wordt gepubliceerd op Dutch Avifauna. Verder is gesproken over de status van Korhoen Tetrao tetrix. Vanwege de nog (lang) niet succesvolle herintroductie bevindt deze soort zich momenteel in de fase tussen uitgestorven (de laatste wilde vogel verdween rond 2015 of enkel jaren later) en succesvolle herintroductie, zodat alle huidige uitgezette vogels of eventuele nakomelingen feitelijk escapes betreffen. Voor de status van deze soort wordt Sovon om nader advies gevraagd. Het dossier Lammergier Gypaetus barbatus zal worden heropend om te bepalen of de populatie als gevolg van herintroducties in de Alpen inmiddels zodanig ‘self-sustaining’ is dat afdwalers van deze populatie als wild dienen te worden beschouwd.

Overige zaken
Op het personele vlak is het belangrijkste punt dat Nils van Duivendijk de commissie dit voorjaar zal verlaten. Nils heeft nu één termijn van vier jaar volgemaakt, maar heeft in het verleden ook al twee volle termijnen gediend en heeft dus zijn inzet meer dan waargemaakt. De commissie is nu bezig met de procedure om een opvolger te benaderen. De commissie gaat een lijst opstellen van (vermoedelijke) hybriden die voor beoordeling in aanmerking komen; de beleidslijn is dat een geval met ten minste één oudersoort als beoordeelsoort voor beoordeling in aanmerking komt, maar deze lijn is of wordt niet altijd consequent toegepast. Er is gesproken over de omgang met datumgrenzen (vooral de einddatum van gevallen) en bevestigd dat enige vorm van (overtuigende) documentatie vaak nodig wordt geacht om de datum te bevestigen, zeker als het om zeer zeldzame gevallen gaat. Ten slotte heeft de commissie een wensenlijst opgesteld om een aandeel te hebben in de serie DNA-analyses die onder supervisie van Ken Kraaijeveld zullen worden uitgevoerd; het gaat om gevallen die zonder DNA-analyse niet (op soortniveau) aanvaardbaar zijn, of reeds aanvaarde gevallen waarbij DNA-analyse interessante additionele informatie kan opleveren.

Feedback?